Liefde.

De dualistische wereld kent veel begrippen die gepoold zijn en die zich op deze wijze laten zien in de stoffelijke wereld, dag en nacht, plus en min, zwart en wit, goed en fout. Begrippen die alleen kunnen bestaan omdat ze zich laten zien doormiddel van een van de polen. Het bestaan van de ene pool benadrukt automatisch de andere pool, een magneet kan niet één pool hebben en zal ook altijd weer die toestand van twee poligheid opzoeken. Als een magneet precies in het midden, waar beide polen elkaar opheffen en geen poligheid is, wordt doorgezaagd ontstaan er twee nieuwe magneten met elke een noord en zuidpool.

De liefde als pool kent haat als andere pool en beide kunnen zo sterk zijn dat ze vernietigend kunnen werken. Haat kan leiden tot doodslag, maar liefde kan dit ook. Wordt liefde niet beantwoord of is ze onbereikbaar dan kan het leiden tot vernietiging, soms van de persoon van aantrekking en soms van de persoon zelf.

Bij alle poligheid in het aardse bestaan kan worden geleefd naar een toestand waarbij beide polen elkaar opheffen of komen te vervallen, in het midden van de magneet uitkomen. Hoe meer gepolariseerd hoe sterker de andere kant van de pool zal zijn. Altijd is de kracht van beide polen gelijk, wordt de noordpool sterker dan zal ook de zuidpool sterker worden, wordt de kracht minder dan zal ook de andere kant minder worden. Hoe meer de mens verschuift naar het midden hoe minder hij wordt aangetrokken door een van beide polen.

Om in het midden uit te kunnen komen zal de mens beide polen moeten hebben ervaren en doorleefd hebben, dan kent hij beide werelden en indien geïntegreerd in zijn leven komt het te vervallen. De mens kan pas weten wat de nacht is als hij de dag ervaren heeft want dit geeft hem de mogelijk om verschil te maken tussen beiden en te kiezen tussen beiden. Kent hij alleen de nacht dan zal hij niet weten wat de dag inhoudt omdat hij dit niet kent, niet wetende of dit hem zal aantrekken of afstoten. Bij volledige integratie heeft zowel de ene pool als de andere pool geen invloed meer.

De liefde die aards gebonden is kent ook deze aspecten van poligheid maar teven is er een eerste aspect van universele liefde, onvoorwaardelijke liefde of Liefde met een hoofdletter. Dit is bijvoorbeeld de liefde tussen een moeder en kind waarbij de moeder onvoorwaardelijk blijft houden van het kind ongeacht wat deze zegt of doet. Altijd is het kind weer welkom en altijd weer zal ze vanuit liefde het kind benaderen. Dit kan ook in het geloof worden waargenomen, de onvoorwaardelijke liefde naar een God. Ongeacht wat er gebeurd in het leven, het geloof en de liefde naar die God blijft onwrikbaar in stand. Denk aan Job uit de bijbel.

Universele liefde of beter geschreven Liefde is onvoorwaardelijk, het is een uitgaande beweging die niet beantwoord hoeft te worden zoals het wel vaak is bij aardse liefde. Deze uitgaande beweging is energie laten stromen naar een ander waarbij niets verlangd wordt. Alleen al het feit dat Liefde gegeven kan worden stemt gelukkig.  Ongeacht wat de ander doet, ongeacht wat deze zegt en ongeacht hoe deze reageert, het gevende aspect van Liefde zal altijd hetzelfde blijven.

Dit is Liefde voor al het leven, voor alles wat zich laat zien in de stoffelijke wereld maar ook al alles wat onzichtbaar blijft. Dit is Liefde voor de Geest, voor de ziel, voor het bewustzijn. Deze Liefde laat zien dat geweten wordt dat alles één is, dat alles onlosmakelijk met elkaar verbonden is, dat “ik” hetzelfde is als “jij”. Deze Liefde laat het goddelijke in de wereld zien, laat zien dat alles vanuit Liefde is ontstaan.

Deze Liefde zonder voorwaarden is moeilijk te hanteren voor de mens omdat zijn “persoonlijkheid” vaak in de weg zit, deze is niet onvoorwaardelijk. Dit maakt de liefde dualistisch en persoonsgebonden, er is een geven maar tevens een verwachting van teruggeven en wordt aan het een niet voldaan dan stopt het ander. De “persoonlijkheid” maakt ook dat liefde een egoïstisch gebeuren wordt, het kan niet gedeeld worden. Het is niet vrij en wil bezeten worden, dit maakt liefde achterdochtig en jaloers. Alleen al het in vrijheid kunnen laten zijn van die liefde zonder te verwachten, zonder te willen en zonder te moeten maakt dat de eerste lessen naar Liefde begrepen gaan worden.

Ware liefde is de ander gelukkig willen zien zonder iets voor zichzelf te willen, ware liefde kent alleen het gevende aspect en heeft nooit een nemend aspect, ware liefde stelt geen voorwaarden en kent geen eisen, ware liefde komt vanuit het hart en niet vanuit begeerte, ware liefde is loslaten en vertrouwen, ware liefde ontstijgt de “persoonlijkheid” en de emoties, ware liefde duurt niet even maar een leven.

Onvoorwaardelijk zijn in de liefde maakt dat Liefde gekend gaat worden.