Denken.

Het denkvermogen is de kracht die achter het denken staat. Denken is een actieve bezigheid die de mens in staat stelt zichzelf en zijn wereld te begrijpen. Denken leidt tot inzicht, leidt tot kennis en leidt tot een verruiming van het bewustzijn. Denken is niet iets dat vanzelfsprekend is, al wordt er wel zo over gedacht. Concreet denken en de aandacht bij het onderwerp van denken te houden is een moeilijk proces dat energie en concentratie vereist.

Als voorbeeld kan aan een bepaald onderwerp worden gedacht en kan geprobeerd worden hier de aandacht voor een minuut bij te houden, denk bijvoorbeeld aan een rode roos en hou hier het denken voor een minuut lang op gericht. De praktijk zal laten zien dat binnen een paar seconden het denken afgeleid is en zijn eigen gang gaat, dit wordt dan ook geen denken meer genoemd maar zijn gedachten.

Gedachten komen en gaan en leven een eigen leven zonder zich iets aan te trekken van de denker. Wordt de mens zich bewust van zijn gedachten dan zet hij de eerste stap naar een actief denkvermogen. Vaak komen en gaan gedachten en wordt het geactiveerd door losse associaties die bij de mens opkomen. Zo kan het zijn dat iemand een oude auto ziet rijden wat hem doet denken aan de auto van zijn grootvader die van hetzelfde merk was, dit brengt hem dan naar de weekenden die hij bij zijn grootouders doorbracht en zo komt hij bij de vakanties uit zijn jeugd. Dit brengt hem dan weer bij die ene ontmoeting tijdens zo’n vakantie wat hem weer doet herinneren aan de ontmoeting van vorige week die plaats vond tijdens een verjaardag. De verjaardag doet hem denken aan zijn moeder die volgende week jarig is en waar hij nog niets voor gekocht heeft en zo brengt het zien van een auto hem naar het cadeau voor zijn moeder.

De hele dag komen en gaan gedachten en vaak worden ze niet eens opgemerkt omdat ze op de achtergrond blijven en al voortkabbelend hun eigen route kiezen. Wordt er een bepaalde gedachte uitgehaald die blijft ronddraaien dan wordt het piekeren. De gedachte aan bijvoorbeeld een onprettige situatie of aan een gesprek kan de denker bezig blijven houden zonder dat er een oplossing komt. Zo kan er een functioneringsgesprek plaatsvinden in de nabije toekomst wat de denker bezighoudt, op verschillende manieren is hij bezig met dit gesprek. Wat zal de functionaris zeggen, waar zal de nadruk op liggen, wat zal hij antwoorden op bepaalde vragen, wie zal er bij aanwezig zijn, is het een positief gesprek of ligt het ontslag op de loer. Zo zijn er vele vragen die de denker bezig houden maar waar geen antwoord op verkregen gaat worden, toch blijft dit proces doorgaan zonder dat het gestopt kan worden. Het leeft een eigen leven en is om gek van te worden.

Het denkvermogen als krachtbron van het denken stelt de mens in staat actief bezig te zijn met het denken, dit houdt in dat hij op een bewuste manier zijn volle aandacht (denken) op iets richt en op die manier tot antwoorden probeert te komen. Als er een probleem is in het leven van de denker kan hij hier bewust over gaan nadenken, op welke wijze is dit probleem in zijn leven gekomen, is het ontstaan bij een bepaald persoon of gebeurt het ook bij andere personen, kan hij er zelf iets aan doen om het op te lossen of heeft hij hierbij hulp nodig, is hij zelf de veroorzaker of komt het doordat een ander iets doet. Vragen die tot nadenken stemmen kunnen leiden tot antwoorden die de denker in staat zal stellen het probleem op te lossen of uit de wereld te helpen. De moeilijkheid hierin is dat het denken vaak tot piekeren leidt en dat de denker dreigt vast te lopen in een vicieuze cirkel.

Zich bewust worden van dit proces dat leidt tot cirkeldenken kan leiden tot een hulpvraag van buiten om zo de opgebouwde denkmuren te slechten. Deze hulpvraag vergt moed van de denker omdat gedacht wordt dat dit zijn zwakte aangeeft maar vaak is het tegenovergestelde het geval, juist door hulp te vragen laat de mens zijn kracht zien, door te stellen dat hij niet alleswetend en dat hij afhankelijk is van een ander maakt hem aantrekkelijk, kwetsbaar durven zijn is kracht en geen zwakte.

Wil de mens zijn denkvermogen ten volste benutten dan zal hij zijn gedachten de baas moeten worden. Gedachten zijn een product van het denken maar zijn niet bewust tot leven geroepen en dit maakt dat de mens nog geen baas is over zijn eigen denken. De eerste stap is het zich bewust worden van die hele stroom gedachten die constant in het hoofd aanwezig zijn, door bewust en met aandacht in het hoofd te zijn en te luisteren naar de voortkabbelende stroom van gedachten. Indien de mens zijn gedachte bewust wordt kan gestopt worden met die gedachte en teruggegaan worden naar de rust. Dit kan vooral tijdens een meditatie oefening bereikt worden. Door in stilte te gaan zitten en het hoofd leeg te maken maar wel bewust in het hier en nu te blijven kan ervaren worden dat gedachten vanuit het niets opkomen en hun gang gaan. Vanuit de rust kan de gedachte gestopt worden en teruggegaan worden naar de leegte. Deze oefening laat zien dat bijna een minuut zonder gedachten al een hele opgave is.

Door op een bewuste manier te gaan denken, dus actief het denkvermogen gebruiken en in volle aandacht met iets bezigzijn wordt het denkvermogen getraind en onderworpen aan de wil van de mens. Ook door te stoppen met piekeren en zich bewust te worden van zijn gedachten wordt het denkvermogen getraind en ontwaakt de mens in een nieuwe wereld.

Het bewustzijn van de mens is gekoppeld aan de zintuigen die hem van informatie voorzien, er wordt gezegd “ik denk dus ik besta” maar eigenlijk moet het zijn, “ik ervaar dus ik besta”. De zintuigen laten de mens ervaren wie hij is. Hij is hoe hij kijkt, hoort, proeft, ruikt en voelt. Ook de gedachten hierin en hierover maken de mens tot wie hij is. Wordt het denkvermogen getraind dat zal het bewustzijn ook omhoog worden gebracht, de mens laat zich dan niet meer leiden door zijn zintuigen maar door zijn concrete denken of denkvermogen.

Nu komt de informatie van de buitenkant en wordt alles aan de buitenkant waargenomen, door de zintuigen kan bijvoorbeeld een boom waargenomen worden. Deze kan gezien, gehoord, geroken, geproefd of gevoeld worden maar het zegt alleen iets over de buitenkant van de boom, er kan zelfs over die informatie nagedacht worden maar het blijft de buitenkant. Wordt het bewustzijn omhoog getrokken dan wordt met het denkvermogen de boom waargenomen en niet meer met de zintuigen. De buitenkant wordt nog wel ervaren maar is niet meer essentieel, het denkvermogen laat de binnenkant “zien” en dat is de ware ik van de boom.

Als de zintuigen worden losgelaten in het waarnemen van de mens kan een begin worden gemaakt met het waarnemen van de mens zoals deze is, dus niet zijn buitenkant maar zijn binnenkant, zijn essentie. Dan wordt “gezien” wie iemand werkelijk is, wat zijn ware aard is, wat zijn kracht en zwakte is, wat zijn lessen zijn en hoe schitterend zijn innerlijke zelf is. Dit “zien” maakt de verpakking overbodig die alleen maar misleidende informatie geeft want als een cadeau aan een ander gegeven wordt blijkt ook dat de verpakking iets heel anders is dan de inhoud en daar is het wel om te doen.

De “persoonlijkheid” heeft de mens in staat gesteld zijn bewustzijn te verruimen tot wat het nu is maar dit bewustzijn is geen eindstadium, het is het begin van de goddelijke weg die de mens bewandeld. Door het denkvermogen te gaan trainen en zich bewust te worden van de hogere wereld die hiermee in verbinding staat wordt het bewustzijn omhoog getrokken en gaat de mens zichzelf waarnemen op hogere gebieden. Dit maakt niet alleen dat hijzelf een mooier mens wordt maar laat tevens zijn omgeving in zijn ware essentie zien en dat is vele malen mooier dan de verpakking.