Persoonlijkheid.

Het ikwezen zal zich bewust gaan worden door interactie met zijn omgeving, doordat het zich bewust wordt van zich-zelf zal het de buitenwereld gaan ervaren als een niet-zelf. Het verschil tussen die twee zorgt voor een toename van bewustzijn wat maakt dat interactie en aantrekking van de stof essentieel is voor vooruitgang en groei. Hoe groter het verschil tussen het zelf en het niet-zelf hoe groter het spanningsverschil en dit spanningsverschil wekt het bewustzijn. Hoe groter het verschil van twee polen in een stroombron hoe sterker de stroom, hoe hoger de waterval hoe harder het water valt. Bewustwording is wakker geschud worden door de kracht die de buitenwereld veroorzaakt op de binnenwereld.

Het ikwezen dat zich bewust gaan worden komt in een interactie met de buitenwereld en hiervoor heeft het een bemiddelaar nodig die kan aantrekken of afstoten. Hiervoor ontwikkelt het zich de “persoonlijkheid” dat zeker in het begin nog grote overeenkomsten zal vertonen met het instinct. Naarmate het ikwezen gaat groeien door interactie met zijn omgeving zal zijn persoonlijkheid zich gaan ontwikkelen en zal uiteindelijk op een bewuste manier omgegaan kunnen worden met begeerte en afstoting.

De verdieping in de stof zorgt voor een afstand met de geestelijke wereld en is noodzakelijk om een “ik” te kunnen vormen die zich uiteindelijk zal gaan onttrekken aan de stof en zal wederkeren naar de geestelijke wereld maar dan als bewust geworden deel. Doordat het ikwezen zich door de “persoonlijkheid” leert ontwikkelen ontstaat er een verbinding met die persoonlijkheid en wordt dit als de “ik” ervaren. Deze ik-vorm is vanwege de afstand met de geestelijke wereld het enige wat ervaren kan worden door het ikwezen zodat er een identificatie volgt, het ikwezen en de “persoonlijkheid” gaan in elkaar op en vormen een onafscheidelijk geheel.

De “persoonlijkheid” is aards gebonden en kan zich alleen maar terugzien in de stof, het zorgt voor ontwikkeling, zorgt voor leren, voor interactie, voor karakter, voor controle, voor overleving, voor ervaring en voor veel meer maar altijd gericht op de interactie tussen het zelf en de buitenwereld. De werkelijkheid zoals die beleefd wordt is afhankelijk van de “persoonlijkheid” die deze ervaart. Ieder mens ziet de wereld op een andere manier en beleefd de wereld op een andere manier.

Zoals in het begin de noodzaak aanwezig was om tot de “persoonlijkheid” te kunnen komen zo is het later noodzakelijk om die “persoonlijkheid” te gaan doorzien en te gaan verlaten. Dit is een moeilijk aspect want voor veel mensen is er de identificatie met de “persoonlijkheid”, ze zijn wat ze denken, voelen, ervaren en handelen. Als iemand beledigd wordt door de ander voelt deze zich boos worden of gekrenkt wat een reactie in hem zal veroorzaken. Dit kan zijn dat er een woordenwisseling volgt, of een scherpe opmerking, of tranen, of een vertrek. Zo zijn er elke dag vele zaken die op het gemoed werken, die een indruk achterlaten, die om een reactie vragen of die op een andere manier actie verlangen.

Als uitgezoomd wordt op de situatie kan gezien gaan worden dat meestal de “persoonlijkheid” wordt aangesproken door de ander en dat deze dan ook reageren wil, feitelijk is er niets anders dan iemand die een paar woorden uitspreekt, die zijn mening of oordeel velt over de ander. De “persoonlijkheid” ziet het als een aanval en wil zich verdedigen of beschermen maar het ikwezen dat diep in de mens zelf zit heeft niets te beschermen of te verliezen want het is alles al en is niet afhankelijk van de buitenwereld dat slecht dient als ervaring om tot bewustzijn te kunnen komen.

Als de “persoonlijkheid” als gereedschap kan worden gezien gaat de mens begrijpen dat hij de keuze heeft om zich te laten leiden door de “persoonlijkheid” of door het ikwezen (ware-zelf). De mens kan alleen maar pijn gedaan worden of gekwetsts worden als hij dat zelf wil. Als de “persoonlijkheid” wordt losgelaten betekent dit dat de omgeving minder invloed gaat krijgen. De mens gaat zichzelf dan zien als compleet, als een eenheid waarbinnen de onveranderlijke kern met liefde naar buiten gericht is en de ander ziet als zichzelf. Loslaten is dan gaan zien dat woorden en daden van de ander alleen maar iets zeggen over de ander en niets over de toehoorder. Loslaten is gaan ervaren dat emoties, gevoelens en handelen keuzes zijn die gemaakt kunnen worden of die juist achterwege gelaten kunnen worden.

Door de “persoonlijkheid” minder belangrijk te maken, te gaan zien als gereedschap en niet als het-zelf komt er ruimte om de blik naar binnen te werpen. Dan komt de geestelijke mens meer naar voren en dit zal ook de buitenwereld doen veranderen. Zoals de mens zichzelf waarneemt zo zal hij zijn buitenwereld zien, de materialist zal een materiële wereld ervaren en de geestelijke mens zal een geestelijke wereld ervaren. Als de blik naar binnen wordt gericht gaat de mens zien dat hijzelf de oorzaak is en dat de buitenwereld het gevolg is van zijn innerlijke wereld. Dit geeft hem de mogelijkheid om de wereld te veranderen door zichzelf te veranderen.

Loslaten van de “persoonlijkheid” is bewustzijn krijgen op eigen reageren en handelen, stilstaan bij hetgeen de buitenwereld aan invloed uitoefent en hierover nadenken alvorens tot een actie over te gaan. De “persoonlijkheid” kent afgescheidenheid en voelt zich niet gezien, heeft aandacht nodig en wil complimenten, voelt zich zielig en alleen. Als deze stukken doorzien worden wordt beseft dat de “persoonlijkheid” het begin is van bewustzijn en niet het eindstadium, dat dit het begin is van een wereld die bestaat uit wij en niet uit ik, dat dit de eerste stap is richting de Groepsziel.