Niet doen.

Deze eerste stap is een passieve houding en vraagt om een niet handelen. Geen gemakkelijke houding maar door iets niet te doen wordt de mens zich bewust van bepaalde zaken die voorheen vanzelfsprekend waren. Het is de eerste stap naar bewustwording van de “persoonlijkheid”.

De tien geboden in de bijbel bevatten meer dan de helft ‘niet doen’ regels zoals,

  • Niet doden
  • Niet stelen
  • Niet begeren
  • Niet echtbreken
  • Geen valse getuigenis afleggen
  • Geen afgoden vereren
  • De naam God niet ijdel gebruiken

De lagere mens met zijn behoeften is vooral ik-gericht en kent geen moreel kompas. Neem als voorbeeld de Neanderthalers of andere vroege volkeren, overleven is de eerste levensbehoefte en hiervoor is eten en drinken nodig. Kan men dit niet krijgen dan haalt men het bij een ander. Dit gedrag kan men ook nog terugvinden in tijden van crisis als het centrale gezag ontbreekt en mensen massaal gaan plunderen.

Denken is hierbij niet aanwezig en wordt men tegengehouden dan kan dit opgelost worden door geweld te gebruiken, hier geldt het recht van de sterkste. Handelen is impulsief en wordt vanuit het ik-gevoel ingegeven waarbij de ander niet als een andere “ik” wordt gezien maar als een tegenstander.

Het zich bewust worden van de “persoonlijkheid” gaat door het ‘niet doen’. Juist door het nalaten van negatieve aspecten richting de ander wordt een begin gemaakt met een “ik” dat in staat is de ander te zien. Door zichzelf los te zien van zijn omgeving en de ander hierin als het kenmerkende verschil gaat de mens zichzelf leren kennen als een zelfstandig ikwezen dat niet buiten de ander om kan. Hij heeft de ander nodig in zijn wereld en door hierin de “persoonlijkheid” te ontwikkelen kan hij zowel zichzelf als de ander inzetten om zijn doel (begeerte) te bereiken.

De “persoonlijkheid” is gericht op bewustwording van het ikwezen, de vroegere volkeren waren bezig met overleven en hadden een laagontwikkeld zelfbesef. Handelen gebeurde vanuit een innerlijke drang naar over-leven met het oerinstinct als leidraad. Naarmate het bewustzijn groeide in deze mens werd hij zich bewust van iets dat goed of niet goed voelde. Door het voorkomen van deze negatieve gevoelens (moord en doodslag) leerde de mens dat door interactie met zijn omgeving meer bereikt kon worden dan op de oude manier, wat en beter voelde en meer opbracht.

Het ‘niet doen’ is dan ook een belangrijke stap op weg naar bewustzijn omdat dit de eerste stap naar binnen is, de eerste kennismaking met het ikwezen. Dit ‘niet doen’ is op alle lagen van bewustwording terug te vinden en zoals de laag ontwikkelde mens ging merken dat moord en doodslag niet juist was zo kan de meer ontwikkelde mens gaan ervaren dat bijvoorbeeld negatieve gedachten richting een ander niet goed voelen en dat daarmee gestopt kan worden.

Zolang de blik naar buiten is gekeerd is resultaat redelijk snel te zien, geen geweld gebruiken is meteen terug te vinden indien de mens besluit hiermee aan het werk te gaan maar hoe moeilijk is dit als het gaat om geestelijke zaken. Negatieve gedachten, iets doen voor een ander maar wel zo dat het gezien wordt, graag een compliment willen hebben, bevestigd willen worden in eigen goedheid of “persoonlijkheid”, allemaal zaken die van binnen spelen en niet zo snel door een ander gezien worden. Hiermee stoppen vergt zelfinzicht en een bereidwilligheid te gaan voor een hoger doel. Geen verwachtingen hebben van een ander, geen beloning hoeven en vooral niet bevestigd willen worden in de persoonlijkheid, is gaan inzien dat ‘niet doen’ op vele lagen werkzaam is en verworven kan worden.